WIJN SIMPEL UITGELEGD

Op deze pagina leer je stap voor stap de basis van wijn, zonder moeilijke woorden.

Wat is wijn?

Wijn is een drank die wordt gemaakt van gefermenteerd druivensap.

Druiven zijn geplukt, geperst en ondergaan daarna een alcoholische vergisting. Hierbij suikers in het druivensap omgezet in alcohol. zo is het druivensap wijn geworden. Tijdens dit proces ontstaan smaak, geur en karakter. De wijnmaker heeft veel kennis en ervaring nodig om per stap in het bereidingsproces de juiste keuze te maken. deze keuzes zijn bepalend voor het uiteindelijke product en de uiteindelijke smaak en stijl van de wijnen.

Het type druif, het klimaat en de manier van maken bepalen uiteindelijk hoe een wijn smaakt — fris, vol, fruitig of krachtig.

Droog, Zoet, Fruitig, Body, Tannines

Er zijn maar 3 soorten wijnen, stil, mousserend en verstrekt wijnen.

stil, dit zijn wijnen zonder koolzuur, of bubbels, dit zijn de gewone wijn.

Mousserend wijn, dit zijn wijnen met koolzuur, bijvoorbeeld champagne en prosecco.

En verstrekt wijn, wijnen die versterkt met extra alcohol zoals sherry en poort.

Er zijn 3 kleuren van wijn; wit, rood, rosé. Maar weet je dat er zijn alleen maar 2 smaakstijlen van wijnen, ze zijn droog of zoet. Een droge wijn bevat weinig restsuiker en smaakt dus niet zoet, terwijl een zoete wijn juist meer suiker bevat en zachter aanvoelt. Body beschrijft hoe zwaar of vol een wijn in de mond voelt. Lichte wijnen zijn fris en makkelijk drinkbaar, middelzware wijnen hebben meer smaak en structuur, en volle wijnen zijn rijk en krachtig. Je kunt dit vergelijken met water, melk en room.

Bij rode wijn kom je vaak het woord tannines tegen. Tannines zorgen voor een licht droog of stroef gevoel in je mond, vergelijkbaar met sterke thee. Ze geven wijn structuur en zorgen ervoor dat hij goed past bij rijkere gerechten zoals vlees. Zuren in wijn zorgen juist voor frisheid en levendigheid. Ze maken wijn minder zwaar en zorgen voor een schoon gevoel in de mond, wat vooral prettig is bij eten.

Droeg of Zoet?

Droge wijn bevat weinig restsuiker en smaakt niet zoet.
Zoete wijn bevat meer suiker en smaakt zachter en ronder.

Taninnes?

Tannines zorgen voor een droog gevoel in je mond en zitten vooral in rode wijn.

Body?

Licht → fris en makkelijk
Middelzwaar → meer smaak
Vol → rijk en krachtig

Zuren?

Zuren zorgen voor frisheid en levendigheid. Ze maken wijn minder zwaar en helpen bij eten.

Waarom is temperatuur belangrijk

Temperatuur speelt een grote rol in hoe wijn smaakt. Wanneer wijn te koud is, verdwijnen veel geuren en smaken, waardoor de wijn vlak kan aanvoelen. Is wijn te warm, dan proef je de alcohol sterker en voelt de wijn zwaarder en minder fris. De juiste temperatuur zorgt ervoor dat aroma’s, structuur en balans goed tot hun recht komen.

Witte wijn drink je het best gekoeld, meestal tussen de 8 en 12 graden. Bij deze temperatuur blijft de wijn fris en levendig zonder dat de smaak verloren gaat. Komt de wijn rechtstreeks uit een koude koelkast, dan kan hij te gesloten smaken. Laat hem in dat geval even op tafel staan voordat je schenkt.

Rosé drink je ook gekoeld, rond de 8 tot 10 graden. Zo blijven de fruitige smaken en het verfrissende karakter goed in balans. Te warm verliest rosé zijn frisheid en wordt hij minder aangenaam om te drinken.

Rode wijn hoeft niet op kamertemperatuur te worden gedronken, zoals vaak wordt gedacht. De meeste rode wijnen smaken beter tussen de 14 en 18 graden. Bij deze temperatuur komen de smaken en structuur beter naar voren zonder dat de alcohol overheerst. Als rode wijn te warm is, kan hij log en zwaar smaken. Een korte tijd in de koelkast kan dan helpen.

Om wijn op de juiste temperatuur te houden, kun je witte wijn en rosé in de koelkast bewaren en rode wijn licht koelen als het warm is. Een wijnkoeler met ijs en water houdt witte wijn of rosé langer fris op tafel. Vermijd direct zonlicht of plekken dichtbij warmtebronnen, want dat kan de wijn snel opwarmen. Is een wijn te koud, laat hem dan rustig op temperatuur komen in de kamer.

Wijn & Temperatuur

WijnsoortIdeale temperatuurWat je proeft bij juiste temp
Witte wijn8–12°CFris, levendig, duidelijke smaken
Rosé8–10°CFruitig, verfrissend, soepel
Rode wijn (licht)14–16°CZacht fruit, soepel mondgevoel
Rode wijn (vol)16–18°CDiepte, structuur, rijke smaken

Oude en Nieuwe Wereld

Bij wijn gaat het vaak over de “Oude Wereld” en “Nieuwe Wereld”. wat betekenen die termen precies? Wat zijn de verschillen? En hoe smaken de wijnen die er vandaan komen?

Kort door de bocht verwijst Oude Wereld naar de traditionele wijnlanden in Europa en Nieuwe Wereld naar alle landen daarbuiten. Bij de Oude Wereld horen landen als Frankrijk en Italië en bij de Nieuwe Wereld onder andere Australië, Chili en Zuid-Afrika.

“Nieuw” wekt de indruk dat er nog maar sinds kort druiven worden gebouwd in de nieuwe wijnwereld, maar dat is niet zo. Zo werd in Zuid-Afrika al in 1659 wijn gemaakt. De termen “nieuw” en “oud” zeggen meer dan alleen iets over de herkomst van de wijnen. Ze vertegenwoordigen een bepaalde stijl en smaak.

In de Oude Wereld zaten wijnmakers vast aan eeuwenoude tradities, gewoontes en wetten. in de Nieuwe Wereld waren wijnmakers juist vrij om aan te planten wat ze wilden en experimenteerden ze er ondertussen rustig op los. Zo ontstond de uitbundige nieuwe-wereldwijnstijl. De nieuwe gebruikte technieken waaiden over naar Europa en inmiddels vind je in alle oude wereldlanden ook wijnen in de nieuwewereldstijl.

Oude WereldNieuwe Wereld
Italië
Frankrijk
Spanje
Duitsland
Portugal
Oostenrijk
Griekenland
Libanon
Israël
Kroatië
Georgia
Roemenië
Hongarije
Zwitserland
Verenigde staten
Argentinië
Chile
Australië
Nieuw Zeeland
Zuid Afrika

10% korting,
speciaal voor jou
🎁

Meld je aan om je exclusieve korting te ontvangen en blijf op de hoogte van onze nieuwste trend & aanbiedingen!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Hoe wordt wijn gemaakt?

De wijn proces als volgt: De oogst (Het ontstelen) -Persen van druiven (Alcohol gisting) – Aflopen/persen (Lagering) – Blenden (Klaren/filteren) – Bottelen

Een fles wijn lijkt misschien simpel, maar achter elke fles zit een zorgvuldig proces. Van het moment dat de druiven worden geplukt tot het moment dat de wijn wordt gebotteld, worden er verschillende keuzes gemaakt die de smaak en stijl bepalen.

Hier lees je hoe wijn wordt gemaakt — stap voor stap.

1. De oogst

Alles begint in de wijngaard. Wanneer de druiven rijp zijn en de juiste balans hebben tussen suiker en zuren, worden ze geoogst. Dit kan met de hand of met machines gebeuren.

Het moment van oogsten is cruciaal. Hoe rijper de druif, hoe meer suiker — en dat betekent vaak meer alcohol na de gisting. Wijnmakers bepalen dus bewust wanneer ze oogsten, afhankelijk van de stijl die ze willen maken.

2. Het ontstelen en kneuzen

Na de oogst worden de druiven meestal ontsteeld. Dat betekent dat de steeltjes worden verwijderd, omdat die bitterheid kunnen geven aan de wijn.

Daarna worden de druiven licht gekneusd zodat het sap vrijkomt. Dit sap vormt de basis van de wijn.

Bij witte wijn worden de schillen meestal snel gescheiden van het sap.
Bij rode wijn blijven de schillen juist mee vergisten om kleur, smaak en tannines te geven.

3. Alcoholische gisting

Dit is het moment waarop wijn echt ontstaat.

Tijdens de alcoholische gisting zetten gisten de natuurlijke suikers in het druivensap om in alcohol. Tegelijk ontstaan er aroma’s en smaakstoffen die het karakter van de wijn bepalen.

De duur en temperatuur van de gisting hebben veel invloed op de uiteindelijke stijl. Koel vergisten geeft vaak frisse en fruitige wijnen, terwijl warmere gisting meer structuur en intensiteit kan geven.

4. Aflopen en persen

Na de gisting wordt de vloeistof gescheiden van de vaste delen zoals schillen en pitten. Dit proces heet “aflopen”.

Bij rode wijn worden de schillen vaak nog extra geperst om meer smaak, kleur en structuur uit de druiven te halen. Dit kan de wijn krachtiger maken.

5. Lagering (rijping)

Na de gisting begint de rijping. Dit kan gebeuren in roestvrijstalen tanks of in houten vaten.

Stalen tanks houden de wijn fris en puur.

Houten vaten kunnen extra smaken geven, zoals vanille, toast of kruiden.

Niet elke wijn rijpt lang. Sommige wijnen zijn bedoeld om jong te drinken, andere ontwikkelen zich maanden of zelfs jaren.

6. Blenden

Veel wijnen bestaan uit een blend: een mix van verschillende druivenrassen of verschillende vaten.

Door te blenden kan de wijnmaker balans creëren. Misschien is één vat wat krachtiger en een ander wat zachter — samen vormen ze een harmonieus geheel.

Blenden is een belangrijk moment waarin stijl en consistentie worden bepaald.

7. Klaren en filteren

Voordat de wijn wordt gebotteld, wordt hij vaak geklaard of gefilterd. Dit zorgt ervoor dat de wijn helder wordt en geen zwevende deeltjes bevat.

Sommige wijnmakers kiezen ervoor om minimaal te filteren om zoveel mogelijk smaak te behouden.

8. Bottelen

De laatste stap is het bottelen. Vanaf dit moment kan de wijn direct gedronken worden of verder rijpen in de fles.

En dan is hij klaar voor het belangrijkste moment: het openen van de fles en het delen van het glas.